Even laden…
Even laden…
Vier keer per jaar is een gemiddelde, geen advies. Beantwoord acht vragen over hoe jouw hond leeft en zie hoe vaak hij écht ontwormd moet worden — plus de datums.
1. Waar komt je hond?
2. Wat past bij je hond? Vink alles aan wat klopt.
Risicogroep B, elke 3 maanden.
Risicogroep B is de ESCCAP-groep voor honden die gewoon buiten komen, zonder jachtgedrag of rauwe voeding. Voor jouw hond komt daar elke 3 maanden uit.
Waarom deze uitkomst?
Waartegen? Spoelworm (en de haak- en zweepwormen die de meeste middelen meenemen). Welk middel dat dekt, verschilt per product — vraag het bij je dierenarts of apotheek na, en zeg erbij dat je hond in groep B valt.
🔬 Liever testen dan kuren? Liever niet standaard een kuur geven? Mestonderzoek mag hier in plaats daarvan — maar alleen even vaak als je zou ontwormen, dus 4 keer per jaar. Worden er eitjes gevonden, dan behandel je alsnog. Onderzoek je minder vaak, dan is het geen alternatief maar een gok.
Dit is voorlichting op basis van de ESCCAP-richtlijn en vervangt geen dierenartsadvies: welk middel welke worm dekt en wat veilig is bij drachtige teven, pups of zieke honden, beslist je dierenarts. Diarree met bloed, vermageren ondanks goed eten, een bolle buik bij een pup of aanhoudend hoesten hoort altijd op het spreekuur. Entingen en vlooien staan in het vaccinatie- & ontwormschema.
Het oude standaardadvies om elke hond vier keer per jaar te ontwormen is een gemiddelde: voor de ene hond te veel, voor de andere veel te weinig. De Europese parasietenraad ESCCAP stapte daarom over op ontwormen op maat. Niet het ras of de leeftijd bepaalt de frequentie, maar de leefwijze: komt je hond buiten, vangt hij muizen, eet hij rauw vlees, en wie woont er verder in huis? Een hond die alleen aangelijnd de tuin in gaat, komt met één tot twee behandelingen per jaar prima weg. Een jachthond in een vossenlintwormgebied heeft er elke vier weken één nodig. Het doel is niet een hond zonder één worm, maar voorkómen dat hij besmettelijke eitjes uitscheidt en dat hij ziek wordt.
Woont er een kind onder de vijf of iemand met een kwetsbare gezondheid in huis, dan vraagt ESCCAP om een risico-afweging en noemt daarbij maandelijks behandelen of even vaak mestonderzoek. Dat is geen advies voor de hond maar voor de mensen: spoelwormeieren kunnen mensen ziek maken. Deze wijzer trekt een hond die buiten komt in dat geval naar maandelijks; bij een hond die alleen aangelijnd de tuin in gaat vinden wij dat niet proportioneel — maar nul risico is het niet, dus leg het voor aan je dierenarts.
Spoelworm (Toxocara canis) is de bekendste en de reden dat pups zo vaak worden ontwormd: de larven gaan al vóór de geboorte en via de moedermelk over. De eitjes blijven jarenlang in de grond besmettelijk en zijn overdraagbaar op mensen — een ongewassen hand met wat zand erop is genoeg. Lintwormen komen in twee smaken: Dipylidium krijgt je hond binnen door een vlo op te happen, en de vossenlintworm (Echinococcus multilocularis) via een besmet knaagdier. Die laatste merkt de hond zelf nauwelijks, maar hij kan bij mensen jaren later ernstige leverschade geven. Longworm (Angiostrongylus vasorum) komt uit slakken en slakkenslijm en geeft hoesten, benauwdheid of juist stollingsproblemen. Haak- en zweepwormen pikt een hond op uit besmette grond; de meeste breed werkende middelen nemen ze mee.
Ga je met je hond naar Finland, Ierland, Malta, Noorwegen of het Verenigd Koninkrijk — Groot-Brittannië én Noord-Ierland — dan is een lintwormbehandeling verplicht: door een dierenarts gegeven, 24 tot 120 uur (1 tot 5 dagen) vóór aankomst, en afgetekend in het EU-dierenpaspoort. Zonder die aantekening kom je er niet in. Reis je rechtstreeks tússen die landen, dan hoeft het niet opnieuw. Ook zónder verplichting is er reden voor: grote delen van Europa — Duitsland, België, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Oost-Europa — zijn vossenlintwormgebied. Blijf je er langer met een hond die los loopt, behandel dan vier weken na vertrek en daarna maandelijks tot vier weken na thuiskomst. Reis je naar Zuid-Europa, bespreek dan ook hartworm en teken-overdraagbare ziekten — die vragen een eigen plan, niet alleen een wormkuur. De rest van de voorbereiding staat in de reischecklist.
Meestal niet: een gezonde volwassen hond met wormen laat vaak niets zien. Alarmsignalen zijn aanhoudende diarree (zeker met bloed of slijm), vermageren terwijl hij goed eet, een doffe vacht, een bolle buik bij een pup, hoesten, of rijstkorrel-achtige stukjes bij de anus. Twijfel je over de ontlasting zelf, dan helpt de poep-check je bij het beschrijven — maar de enige manier om wormen echt aan te tonen is mestonderzoek bij de dierenarts.
Nee. Er is geen natuurlijk middel dat aantoonbaar wormen doodt bij honden, en knoflook is in grotere hoeveelheden juist giftig voor honden — zie de voedselchecker. Wie op zo’n middel vertrouwt, denkt beschermd te zijn en is dat niet; dat is riskanter dan niets doen.
Vrij verkrijgbare middelen bestaan, maar ze dekken lang niet allemaal dezelfde wormen: longworm en lintworm zitten er vaak niet in en de dosering luistert nauw bij kleine honden en pups. Vertel je dierenarts of apotheek in welke groep je hond valt en vraag welk middel daarbij hoort. Bij drachtige of zogende teven, zieke honden en pups jonger dan twee weken beslist altijd de dierenarts.
Het is gebruikelijk om een pup rond de entingen te ontwormen: een hond die vol wormen zit, bouwt minder goed afweer op. Het complete puppyschema met datums staat hierboven zodra je een geboortedatum invult, en de entingen ernaast in het vaccinatie- & ontwormschema. Wil je die twee niet apart bijhouden, kijk dan op de zorgkalender: daar staan ze samen op één tijdlijn.
Vind je deze tool handig?
Deel hem met andere hondenbaasjes — gratis is om door te geven.