Even laden…
Even laden…
10% eiwit op een blik natvoer is meer dan 22% op een zak brokken. Dat klinkt als onzin, maar het klopt: het blik is voor tachtig procent water. Vul de getallen van de verpakking in en zie wat er zonder dat water overblijft.
Op elke verpakking hondenvoer staat een blokje “analytische bestanddelen”: ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof, ruw as en soms vocht. Die percentages gaan over het voer zoals het uit de zak komt — inclusief water. En daar zit het probleem, want droogvoer bevat een procent of acht water en natvoer tachtig. Twee etiketten naast elkaar leggen is dus appels met soep vergelijken, tenzij je eerst het water eruit rekent. Dat heet vergelijken op droge stof, en het is precies wat een dierenarts-voedingsdeskundige als eerste doet.
De som is simpel: deel het percentage door het percentage droge stof en vermenigvuldig met honderd. Een natvoer met 10% eiwit en 25% droge stof komt zo uit op 40 gram eiwit per 100 gram droge stof; een droogvoer met 22% eiwit en 90% droge stof op 24,4 gram. Het blik dat op het schap het minst indrukwekkende etiket had, levert dus bijna twee keer zoveel eiwit per hap droge stof.
Zoek op een zak brokken maar eens naar koolhydraten: je vindt ze niet. Ze zijn niet verplicht om te vermelden, en fabrikanten doen het zelden. Toch weet je het getal, want alles bij elkaar is honderd procent. Trek eiwit, vet, celstof, as en vocht van honderd af en wat overblijft is de koolhydratenfractie, in vaktaal de restpost. Deze tool doet dat automatisch. Let op één afwijking van sommige naslagwerken: wij trekken de ruwe celstof apart af, dus wat je hier ziet is de zetmeel- en suikerfractie zonder vezels — precies de fractie waarop de energieberekening hieronder rekent. Reken er niet te veel achter de komma aan af: het is een restpost, dus alle meetonnauwkeurigheid van de andere waarden komt erin terecht. Maar de orde van grootte klopt, en die verrast mensen vaak — bij een gemiddeld droogvoer zit je zo rond de veertig procent.
Belangrijk: veel koolhydraten is geen diskwalificatie. Honden verteren gekookt zetmeel prima; dat is een van de aanpassingen waarmee ze naast ons zijn gaan leven. Het getal is vooral nuttig als je twee voeders vergelijkt of als je dierenarts om een koolhydraatarm dieet vraagt.
Wat je hond nodig heeft zijn calorieën, geen grammen. Staat er een kcal-waarde op de verpakking, gebruik die altijd — die is gemeten of berekend door de fabrikant. Ontbreekt hij, dan schat deze tool de energie met de gangbare rekenfactoren voor diervoeding (eiwit en koolhydraten 3,5 kcal per gram, vet 8,5). FEDIAF beschrijft die methode, maar tekent er ook bij aan dat ze voor droogvoer minder nauwkeurig is dan de NRC-vergelijkingen. Lees een geschat getal dus als een orde van grootte.
Met de dagbehoefte erbij wordt het concreet: hoeveel gram is dat nu? Die behoefte berekent de voercalculator op gewicht, leeftijd en activiteit, en als je die al gebruikt hebt vult de etiketwijzer hem vanzelf in. Stap je over naar een energierijker voer, dan heb je mínder gram nodig — de oude schep aanhouden is de meest voorkomende manier waarop honden ongemerkt aankomen. Houd het gewicht daarom een paar weken bij in het gewichtsdagboek.
Dat is laboratoriumtaal, geen kwaliteitsoordeel. “Ruw eiwit” is wat een standaardanalyse als eiwit meet (via het stikstofgehalte), en “ruw as” is wat er overblijft na verbranding: de mineralen. Ruw as van zeven procent betekent dus simpelweg dat er zeven gram mineralen in honderd gram voer zit, vooral calcium en fosfor uit bot en supplementen.
Eerst even nakijken of het vochtgehalte klopt — dat is de meest gemaakte invoerfout, en het schuift alles mee. Blijft het getal onder de achttien gram per 100 gram droge stof, dan is dat opmerkelijk voor een volledig voeder: dat is de ondergrens die FEDIAF voor een volwassen hond aanhoudt. Kijk of op de verpakking staat dat het een volledig voeder is, en niet een aanvullend voeder of een dieetvoeding met een medische reden. Een eiwitbeperkt dieet bestaat namelijk wel degelijk, bijvoorbeeld bij nierziekte — maar dan is het een keuze van je dierenarts, geen toeval.
Geen van beide is per definitie beter. Natvoer levert veel vocht, wat prettig is bij honden die weinig drinken; droogvoer is goedkoper per calorie en makkelijker te doseren. De verschillen die er echt toe doen zitten in de samenstelling en de fabrikant, en dáár is deze tool voor. Een combinatie mag ook, zolang je de calorieën optelt en niet twee volle porties geeft.
Niet met dit rekenwerk alleen. Voor pups gelden andere ondergrenzen, en bij grote rassen is vooral het absolute calciumgehalte kritisch: te veel calcium tijdens de groei geeft botproblemen, ook als de verhouding tussen calcium en fosfor keurig klopt. Kijk of op de verpakking staat dat het voer geschikt is voor de groei — dat is een verklaring die de fabrikant moet onderbouwen — en houd voor de planning de puppy-planner erbij.
Vind je deze tool handig?
Deel hem met andere hondenbaasjes — gratis is om door te geven.