Even laden…
Even laden…
“Iets minder voeren” werkt zelden. Reken uit hoeveel gram je hond per dag mag, hoe snel het mag gaan en wanneer hij op gewicht is — met ijkpunten om de twee weken.
1. Geldt een van deze voor je hond?
2. Gewicht
Weet je het streefgewicht niet? De conditiescore schat het uit de vorm van je hond — dat werkt beter dan een rastabel, want binnen elk ras zit veel verschil in bouw.
3. Voer en leefstijl
Hoe actief is je hond nu?
Nog geen plan.
Vul een huidig gewicht en een lager streefgewicht in — dan verschijnt hier het plan met porties, tempo en ijkpunten.
Richtwaarden op basis van de AAHA-richtlijn voor gewichtsmanagement (de conditiescore komt van de WSAVA); dit vervangt geen dierenartsadvies. Valt je hond ondanks het plan niet af, of juist veel sneller dan bedoeld, dan hoort dat op het spreekuur: allebei kunnen op een aandoening wijzen. Bereken de gewone onderhoudsportie met de voercalculator.
Dit is de fout die de meeste afvalpogingen laat stranden: mensen berekenen de portie op het gewicht dat hun hond nú heeft. Maar dat is precies de hoeveelheid die hem op dat gewicht houdt. Bereken je de behoefte op het streefgewicht, dan ontstaat er een tekort dat je hond uit zijn vetreserve moet aanvullen — en dat is afvallen. In de dierenartspraktijk wordt daarvoor de rustbehoefte (RER) op het streefgewicht genomen: 70 × het streefgewicht tot de macht 0,75. Een hond die naar 25 kg moet, komt zo op ongeveer 780 kcal per dag uit, ongeacht wat hij nu weegt.
Een tot twee procent van het lichaamsgewicht per week: dat is het tempo waar de richtlijnen op uitkomen. Voor een hond van 30 kilo is dat 300 tot 600 gram per week — weinig genoeg om nauwelijks op te vallen, en precies daarom werkt het. Gaat het sneller, dan verliest je hond niet alleen vet maar ook spiermassa, en spieren zijn nu juist het weefsel dat calorieën blijft verbruiken. Bovendien komt gewicht dat er snel af gaat er meestal ook weer snel bij. Reken dus op maanden, niet op weken: vijf kilo eraf duurt bij dit tempo al gauw een half jaar.
Hier zit een probleem dat je niet ziet, en het begint eerder dan de meeste mensen denken. Eiwit, vitamines en mineralen zitten in gewoon voer berekend op de vólle portie. Schep je een kwart weg, dan krijgt je hond ook een kwart minder van die stoffen — terwijl zijn behoefte eraan niet is meegekrompen. Onderzoek waarin gangbare voeders werden teruggeschroefd naar precies het niveau waarop je een hond laat afvallen, vond bij álle geteste voeders minstens één essentiële voedingsstof onder de aanbeveling, en bij het strengste niveau meerdere tegelijk. Daarom luidt het advies in de richtlijnen: gebruik bij een echt afvaltraject een therapeutisch afslankvoer in plaats van minder van het gewone. Dat voer is er precies op gemaakt — minder calorieën per hap, maar méér eiwit en vezels, zodat je hond spiermassa houdt en zich toch verzadigd voelt. Vraag je dierenarts welk voer bij jullie past; dat is meestal een korter gesprek dan mensen denken.
Dan begint het deel dat het vaakst misgaat: ongeveer de helft van de honden komt binnen een jaar weer aan. Dat heeft een simpele oorzaak. Een hond die is afgevallen heeft blijvend mínder energie nodig dan de standaardtabel voor zijn nieuwe gewicht voorspelt — teruggaan naar “gewoon voeren” is dus meteen te veel. Verhoog na het bereiken van het streefgewicht daarom stapsgewijs, zo’n tien procent per keer, en blijf maandelijks wegen. Stijgt het gewicht, dan ga je een stap terug. Zo vind je het niveau waarop júíst deze hond op gewicht blijft, en dat ligt vaak lager dan verwacht.
Bij vrijwel elke hond die niet afvalt, zit het verschil niet in de bak maar eromheen. Een kauwstaaf van 80 kcal is voor een hond van 10 kilo al gauw een zesde van zijn dagbehoefte — omgerekend naar een mens is dat een flinke reep chocola, elke dag. Ook plakjes kaas, restjes van tafel, het toetje van de kinderen en trainingssnoepjes tellen mee. Twee dingen helpen meteen: spreek in huis af wie wat geeft, en haal alle snacks van de dagportie af in plaats van erbovenop te geven. Weet je niet hoeveel calorieën er in zijn voer zitten, of twijfel je of dat “light”-voer echt lichter is? De etiketwijzer rekent de verpakking om naar droge stof en schat de kcal per 100 gram. Wat je hond wél extra mag: groente met weinig calorieën — een stuk wortel of komkommer. Check bij twijfel altijd even wat wel en niet mag in de voedselchecker.
Afvallen gebeurt in de voerbak; beweging houdt de spieren op peil en het hoofd bezig. Bouw wel rustig op: een zware hond die ineens lange wandelingen maakt, belast zijn gewrichten extra. Kort en vaak is beter dan lang en zwaar, en zwemmen is bij gewrichtsklachten het vriendelijkst. Zoek je afwisseling zonder extra calorieën, dan zijn snuffelspellen ideaal — verstop de dagportie in plaats van hem in de bak te doen. De voerpuzzels laten zien hoe.
Bedelen is aangeleerd gedrag en zegt weinig over honger. Wat wél helpt: verdeel de dagportie over meer momenten, gebruik een deel als trainingsbeloning, geef vezelrijk voer en laat je hond langer over zijn maaltijd doen met een snuffelmat of anti-schrokbak. Blijft hij echt onrustig, dan is dat een reden om over te stappen op een verzadigend afslankvoer — niet om de portie stiekem te verhogen.
Kijk eerst naar de dingen die niemand meetelt: snacks, restjes, de tweede voerbeurt van iemand anders in huis, en of er echt gewogen wordt in plaats van geschept. Klopt dat allemaal, verlaag het budget dan met tien procent en geef het twee weken. Gebeurt er na een maand nog steeds niets, dan is het een vraag voor de dierenarts. Een trage schildklier of de ziekte van Cushing maakt afvallen bijna onmogelijk en vraagt om behandeling, niet om nóg minder eten.
Nee. Een groeiende hond heeft bouwstoffen nodig, en juist bij grote rassen is te snel groeien schadelijk voor de gewrichten. Is je pup te rond, laat dan de dierenarts meekijken en gebruik de voercalculator om te zien of de portie past bij zijn leeftijd en verwachte volwassen gewicht. Hetzelfde geldt voor drachtige en zogende teven: die hebben juist méér nodig.
Niet uit een rastabel — binnen elk ras zit veel verschil in bouw. Kijk en voel: bij een gezond gewicht voel je de ribben zonder te drukken, zie je van boven een taille en van opzij een opgetrokken buiklijn. Dat is de conditiescore, en die schat meteen hoeveel kilo je hond boven zijn ideaal zit.
Vind je deze tool handig?
Deel hem met andere hondenbaasjes — gratis is om door te geven.